Kan je (en moet je) als werkgever in de IT-sector de auteursrechten terug invoeren?

Kan je (en moet je) als werkgever in de IT-sector de auteursrechten terug invoeren?
Wat als je het wegvallen van de vergoeding auteursrechten hebt gecompenseerd? Kan je dan de gedane compensatie opnieuw vervangen door de vergoeding auteursrechten?

Het antwoord is volgens ons: ja - zij het dat er een harde voorwaarde zal zijn dat de initiële vergoeding auteursrechten bovenop het brutoloon moet zijn toegekend.

Maakte de initiële vergoeding auteursrechten daarentegen deel uit van het brutoloon, dan zal de wetgever in een specifieke regeling moeten voorzien om dergelijke vergoedingen auteursrechten eveneens vrij te stellen van RSZ-bijdragen.

Voorbehoud

Opgelet! Deze blog post is geschreven in de veronderstelling dat de wetgever het (para)fiscaal gunstregime van de vergoeding auteursrechten terug mogelijk maakt voor de IT-sector.

Dit is vooralsnog niet het geval. Het is dus nog wachten op een wetswijziging. Maar het lijkt ons geen kwestie van ‘of’, maar van ‘wanneer’.

In afwachting van de wetswijziging kan je je als werkgever in de IT-sector alvast voorbereiden. En daar helpen we graag bij 😊

Korte recap

Sinds jaar en dag maakten tal van IT-bedrijven gebruik van het fiscaal gunstige regime van de vergoeding voor de overdracht van auteursrechten.

Dat gunstregime was in essentie bedoeld om tegemoet te komen aan de situatie van individuen die een onregelmatig inkomen hebben. Typevoorbeeld is een schrijver van boeken. Stel dat je in jaar 1 aan een boek schrijft en gedurende dat jaar als schrijver eigenlijk geen inkomsten hebt, maar dat je alle inkomsten in jaar 2 realiseert. Volgens de progressieve personenbelasting zou die schrijver (te) zwaar belast worden, omdat bijvoorbeeld geen rekening wordt gehouden met het jaar waarin de schrijver zijn inspanningen leverde gedurende hetwelk hij/zij geen inkomen had.

Hoewel het gunstregime dus niet bedoeld was voor bijvoorbeeld de IT-sector, ging de fiscale administratie er gezwind in mee om de fiscaal gunstige vergoeding auteursrechten ook te aanvaarden voor beroepsgroepen die op regelmatige basis een beroepsinkomen realiseren, zoals voor de IT-sector, marketeers, copywriters, etc.

Met ingang van 1 januari 2024 stelde de wetgever een einde aan de mogelijkheid tot het gebruik van het (para)fiscaal gunstige regime voor auteursrechten voor de IT-sector. Hoewel schijnbaar niet a priori uitgesloten, stelde de fiscale administratie onomwonden dat ze zich streng zou opstellen bij het toekennen van een fiscale ruling.

Op 16 mei 2024 oordeelde het Grondwettelijk Hof nog dat het niet onredelijk is om softwareontwikkelaars uit te sluiten van het (para)fiscaal gunstige regime van auteursrechten. Tegelijkertijd bevestigde het Grondwettelijk Hof wel dat het regime van auteursrechten wel mogelijk is voor copywriters, marketeers, graphisch designers, etc. die als bediende in dienst zijn.

In het regeerakkoord van De Wever I staat evenwel te lezen dat men de wetswijziging wil terugdraaien waardoor het auteursrechtenregime opnieuw mogelijk zou worden voor de IT-sector.

Kán je de vergoeding auteursrechten (loonkostneutraal) herinvoeren?

Situatie 1: het wegvallen van de auteursrechten werd niet gecompenseerd

Wanneer je als werkgever het wegvallen van de vergoeding auteursrechten op geen enkele manier hebt gecompenseerd, dan zal je de vergoeding auteursrechten bovenop het brutoloon opnieuw kunnen invoeren.

Sinds 1 januari 2024 is de vergoeding auteursrechten, onder bepaalde voorwaarden, zelfs vrijgesteld van zowel werkgevers- als werknemersbijdragen voor RSZ. Daardoor is de kost (voor de werkgever) bijna gelijk aan het netto (voor de werknemer).

Daar stellen zich dus geen problemen.

Situatie 2: het wegvallen van de auteursrechten werd wél gecompenseerd

Maar wat als je het wegvallen van de vergoeding auteursrechten hebt gecompenseerd? Kan je dan de gedane compensatie opnieuw vervangen door een vergoeding auteursrechten die is vrijgesteld van RSZ-bijdragen?

Dat vraagstuk is een stuk minder evident. Niettemin is het antwoord volgens ons volmondig: ja.

Daarbij moeten we wel onmiddellijk een zeer belangrijke kanttekening maken. De initiële vergoeding auteursrechten moet, vóór het wegvallen en de compensatie ervan, toegekend zijn bovenop het brutoloon.

De vergoeding auteursrechten wordt op basis van het RSZ-besluit namelijk als loon beschouwd, waarop de normale werkgevers- en werknemersbijdragen voor RSZ zijn verschuldigd, wanneer de vergoeding “werd of wordt verleend ter vervanging of ter omzetting van loon, premies, voordelen in natura of enig ander voordeel of een aanvulling hierbij, al dan niet bijdrageplichtig voor de sociale zekerheid.”

Dat is logisch, want anders zou men wel heel erg gemakkelijk de loonkost kunnen optimaliseren ten nadele van de RSZ.

Stel dat de vergoeding auteursrechten bovenop het brutoloon werd toegekend en dat, omwille van het wegvallen ervan de vergoeding auteursrechten is gecompenseerd door extra brutoloon. Dat extra brutoloon zou vervolgens terug omgezet worden in een vergoeding auteursrechten.

Is er dan überhaupt een vervanging of omzetting van loon? Eigenlijk niet. Men gaat eenvoudigweg terug naar de oorspronkelijke situatie.

Dezelfde redenering wordt door de RSZ trouwens al toegepast op het vlak van maaltijdcheques.

Ook in het kader van maaltijdcheques is het zo dat men geen maaltijdcheques kan toekennen ter vervanging of omzetting van loon. Ook dat is logisch, want anders zou men ook hier wel heel erg gemakkelijk de loonkost kunnen optimaliseren ten nadele van de RSZ.

Nu, stel dat je als werknemer recht hebt op maaltijdcheques maar voor een periode van twee jaar gedetacheerd wordt naar Portugal. Met Belgische maaltijdcheques kan je niet veel uitvoeren in Portugal. Dus in de praktijk wordt het voordeel van maaltijdcheques vaak gecompenseerd met extra brutoloon voor de duur van de detachering. Wanneer de detachering van de werknemer een einde neemt en de werknemer dus terug in België actief is, aanvaardt de RSZ dat de bruto compensatie terug kan vervangen worden door de toekenning van maaltijdcheques zonder dat er sprake is van vervanging of omzetting van loon.

Dezelfde redenering kan men volgens ons toepassen op de vergoeding auteursrechten, nogmaals voor zover de initiële vergoeding auteursrechten steeds bovenop het brutoloon is toegekend en er geen onderdeel van uitmaakte.

Daar zou het schoentje wel eens kunnen wringen, want in vele gevallen werd in de arbeidsovereenkomst bepaald dat de vergoeding auteursrechten deel uitmaakt van het totale brutomaandloon. In dergelijk geval zal de vergoeding auteursrechten niet zomaar vrijgesteld zijn van werkgevers- resp. werknemersbijdragen voor RSZ, omdat er dan net wél een vervanging of omzetting van loon is gebeurd.

Maar niet getreurd, in het verleden heeft men hier ook al een mouw aan gepast door de vergoeding auteursrechten die een omzetting of vervanging van loon was, alsnog vrij te stellen van RSZ voor zover de betrokken werkgevers hiertoe een procedure volgden. Wil men de vergoeding auteursrechten die deel uitmaakt van het totale brutomaandloon voor de IT-sector eveneens vrijstellen van RSZ-bijdragen, dan zal men een analoge procedure moeten invoeren die ook in 2023 van toepassing was. Het spreekt voor zich dat men hiervoor de nodige wetgevende initiatieven zal moeten ondernemen.

Móét je de vergoeding auteursrechten opnieuw invoeren?

Het overheidsoptreden boezemt werkgevers ongetwijfeld weinig vertrouwen in. Want wie zegt dat men het achteraf niet opnieuw terugdraait?

Desalniettemin is het als werkgever zeker het overwegen waard om de vergoeding auteursrechten opnieuw in te voeren.

  • Het valt namelijk te verwachten dat het (para)fiscale gunstregime ook voor de IT-sector steviger verankerd zal worden in de wetgeving, waardoor men er achteraf moeilijker op kan terugkomen. De IT-sector wordt op heden immers ook maar via een omweg, en niet expliciet of a priori,  uitgesloten van het (para)fiscale gunstregime van de auteursrechten.
  • Bovendien biedt de vergoeding auteursrechten nog een grotere optimalisatie, omdat sinds 1 januari 2024 de vergoeding auteursrechten vrijgesteld is van zowel werkgevers- als werknemersbijdragen voor RSZ. Daardoor is er ook geen vakantiegeld verschuldigd op basis van de vergoeding auteursrechten. Voordien was de vergoeding auteursrechten in vele gevallen wel onderworpen aan RSZ.

Wanneer je de vergoeding auteursrechten opnieuw invoert, zou je ‘voorwaardelijker’ kunnen doen. Je zou jouw communicatie in die zin kunnen afstemmen dat je je werknemers ervoor waarschuwt dat dit mogelijks een tijdelijke maatregel is die jaar per jaar zal worden bekeken.

En voor IT-ondernemingen die het wegvallen van de vergoeding auteursrechten hebben gecompenseerd door het invoeren van het mobiliteitsbudget?

Voor IT-ondernemingen die het wegvallen van de vergoeding auteursrechten hebben gecompenseerd door het invoeren van het mobiliteitsbudget is dit een no brainer. Het risico dat het mobiliteitsbudget wordt geherkwalificeerd als gewoon loon is groot. Deze ondernemingen voeren dus best de vergoeding auteursrechten opnieuw in.

Tegelijkertijd zouden inspectiediensten dit kunnen zien als een bevestiging dat het wegvallen van de vergoeding auteursrechten inderdaad gecompenseerd is door het invoeren van het mobiliteitsbudget. En dus wordt het risico verder verhoogd.

Hoewel het kan lijken alsof je moet kiezen tussen de cholera en de pest, is dit niet geheel juist: berusten in het mobiliteitsbudget doet het risico op herkwalificatie tot gewoon loon alleen nog maar verder toenemen.

Op de hoogte blijven?

Dank je wel! We hebben jouw bericht goed ontvangen!
Oops! Something went wrong while submitting the form.